Peter Nijkamp (NWO)
Peter Nijkamp (1946) studeerde econometrie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (1964-1970). Na zijn promotie (1972, cum laude) op het terrein van kwantitatieve methoden voor regionale en industriële planning, werd hij in 1973 tot lector en later (1975) tot hoogleraar regionale economie en economische geografie benoemd aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn onderzoek, meestal internationaal van aard, omvat vele terreinen: regionale en stedelijke ontwikkeling, kwantitatieve methoden voor beleidsanalyse, wiskundige modellering van ruimtelijke systemen, milieu en hulpbronnen, transport en infrastructuur, technologische innovatie, woning- en arbeidsmarkten, alsmede monumentenzorg. Op al deze terreinen heeft hij met veel verve een breed scala aan kwantitatieve onderzoekmethoden ontwikkeld en toegepast.
Hij heeft meer dan duizend artikelen in de internationale wetenschappelijke literatuur gepubliceerd, alsmede tientallen boeken (monografieën) en een dito aantal onder zijn redactie uitgegeven werken. Bij vrijwel elk handboek op zijn gebied is hij wel als auteur van een fundamentele bijdrage betrokken. Hij is een van de twee serie editors van een grote internationale reeks op het gebied van ‘Classics in Regional Science’, ‘Classics in Environmental Science’ en ‘Classics in Transportation Science’. Tevens is hij lid van de redactieraad van meer dan vijftien wetenschappelijke journals. Meer dan zestig promovendi hebben onder zijn leiding een dissertatie geschreven, terwijl meer dan vijftien van hen thans in Nederland of in het buitenland als hoogleraar werkzaam zijn. Hij vervult een wetenschappelijke ‘ambassadeursrol’ in het buitenland door zijn veelvuldig optreden op wetenschapppelijke congressen.
Jarenlang reeds heeft hij een toppositie in vele publicatiescorelijsten. Zo werd hij recentelijk nog als de meest productieve econoom in Nederland geclassificeerd en internationaal als de meest productieve wetenschapper op zijn vakgebied. Hij heeft diverse leidinggevende functies bekleed in vele nationale en internationale wetenschapsorganisaties en heeft vaak als motor van nieuwe research-initiatieven gefungeerd. Voor zijn onafgebroken en enthousiasmerende inzet voor de wetenschap heeft hij vele universitaire en academische erkenningen uit het buitenland gekregen. In Nederland kreeg hij in 1996 de meest prestigieuze wetenschappelijke erkenning, de Spinoza- premie.
Op beleidsmatig gebied is hij vaak als adviseur opgetreden voor diverse ministeries en internationale organisaties en was hij tot voor kort voorzitter van de Afdeling Letterkunde van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en tevens vice-president van deze organisatie. Thans is hij voorzitter van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Van 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 was hij president van de gezamenlijke Europese onderzoeksfinanciers, de European Heads of Research Councils (EuroHORCs).