Kennismakers: 80 jaar Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen

Elisabeth Monard
Internationaal is het een verworven gegeven dat landen en regio’s die opteren om excellent kennisgrensverleggend onderzoek voluit te ondersteunen, zich in een goede positie plaatsen voor economische groei en bijgevolg een groeiende welvaart én welzijn van hun burgers.

Sire, mevrouw de minister, beste onderzoekers, geachte voorzitter, geachte leden van Raad van Bestuur, geachte genodigden, dames en heren.

Ik heb in mijn verwelkoming bewust de protocollaire volgorde wat omgegooid. Maar de voorzitter en onze leden van de Raad van Bestuur begrijpen dat vandaag de onderzoeker, jullie allemaal, op de eerste plaats komen. Want vandaag vieren wij 80 jaar geschiedenis van het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in ons land. Onderzoek is nog steeds op de eerste plaats mensenwerk, hard werken door de onderzoekers, de makers van kennis. Daarom richten we vandaag de schijnwerpers volop op onze Kennis – Makers. Het wordt een hoogdag voor onze onderzoekers. Ik ben zeer blij dat jullie massaal zijn ingegaan op onze uitnodiging en dat ik hier vandaag meer dan 1400 onderzoekers mag begroeten voor ons groot verjaardagsevenement Kennismakers – Dag van de Onderzoeker.

Sire, het is voor het FWO een bijzonder grote eer dat u deze unieke feestelijke dag samen met onze onderzoekers meeviert. Toen uw grootvader, Koning Albert I, op 1 oktober 1927 in de bedrijfshallen van metaalreus Cockerill een keur van Belgische bedrijfsleiders toesprak en ze opriep om te investeren in de wetenschap, kon hij niet vermoeden – maar misschien wel hopen – dat meer dan 80 jaar later, dit nog steeds succesvol navolging zou krijgen.

Zijn pleidooi voor het ondersteunen van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek heeft nog niets aan kracht ingeboet. 80 jaar geleden stelde de Koning het zo: “Het publiek bij ons is er zich niet voldoende van bewust, dat de zuivere wetenschap de onmisbare voorwaarde is voor de toegepaste wetenschap en dat de naties, die de wetenschap en de geleerden verwaarlozen, door het noodlot voor ondergang gemerkt zijn.”

Zijn visionaire boodschap blijft onverminderd gelden. Het kennisgrensverleggend, fundamenteel onderzoek is absoluut noodzakelijk voor de welvaart en welzijn van een maatschappij om vier onomstootbare redenen:

  • Het is de basis voor de vorming van onze toekomstige intelligentsia en kenniswerkers,
  • Het draagt bij tot de culturele verheffing van een land of regio,
  • Het is de eerste maar cruciale schakel in de innovatieketen,
  • En tot slot het verruimt onze kennis, nodig voor het oplossen voor de grote maatschappelijke uitdagingen (bv. Op het vlak van gezondheid, mobiliteit, milieu).

Mag ik u er ook aan herinneren dat zonder dat onafhankelijk onderzoek in alle vrijheid door nieuwsgierige wetenschappers, ons leven er vandaag anders zou uitzien.

Want wat zouden we zijn zonder penicilline? Vaccinaties? Of X-stralen? Of nog: zonder teflon, supergeleiding? En – misschien klinkt het vreemd – zonder cornflakes en de gele post-it briefjes… Die Kennis-Makers maken ook ons leven, elke dag!

Ook in eigen land bevestigen de succesverhalen van IMEC en VIB deze stelling. Deze twee Vlaamse strategische onderzoekscentra worden internationaal tot de top gerekend. Hun speerpuntonderzoek is kunnen groeien vanuit onderzoek dat reeds meer dan 30 jaar door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO) wordt gefinancierd op basis van excellentiecriteria. Zonder dat onderzoek was er geen VIB of IMEC.

Internationaal is het een verworven gegeven dat landen en regio’s die opteren om excellent kennisgrensverleggend onderzoek voluit te ondersteunen, zich in een goede positie plaatsen voor economische groei en bijgevolg een groeiende welvaart én welzijn van hun burgers. In de huidige moeilijke economische situatie wordt deze boodschap alleen maar belangrijker en wordt wetenschappelijk onderzoek bevestigd. Ik verwijs graag naar het artikel dat in 2004 in Nature verscheen van de hand van Oxford professor Sir David King. Ook prof. Koenraad Debackere refereerde naar dit artikel vorige week op het colloquium van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid. Tijdens zijn toespraak “niet gericht onderzoek inbedden: relevantie als criterium”, ging hij uitgebreid in op de “relevantie” van fundamenteel onderzoek.

Ondanks de mooie voorbeelden, het onomstotelijk historisch bewijs en het internationaal verworven gegeven, wordt nog vaak in diverse fora de vraag gesteld naar het belang, de relevantie, soms ook het nut van het fundamenteel, niet-gericht onderzoek.

Natuurlijk moet wetenschappelijk onderzoek relevant zijn, maar dan in de ruime betekenis, zoals ook prof. Debackere omschreef. Hij stelde dat er een duidelijke vraagstelling moet zijn, gesitueerd in de internationale context. En waarom is die vraagstelling potentieel, interessant? Waar wil men naartoe, wat is het vernieuwende, en hoe excellent is de onderzoeker in vergelijking met zijn internationale collega’s?

Laten dit nu juist de belangrijkste criteria zijn voor de evaluatie van de ingediende projecten bij het FWO. Sire, geachte toehoorders, ik kan dan ook met de hand op het hart bevestigen dat alle projecten door het FWO gesteund wel degelijk relevant zijn in de ruime betekenis van het woord. Onderzoeksvoorstellen die niet hoog scoren op deze criteria, maken geen kans bij het FWO. Deze gestrengheid bleek onlangs nog duidelijk uit de recente evaluatie van de wetenschappelijke werking van het FWO.

Het FWO is niet alleen een onderzoeksvriendelijke, maar ook een efficiënte en vlotte instelling. Dit is te danken aan de 50 medewerkers in de Egmontstraat die dag in dag uit met jullie dossiers in de weer zijn. U zag ze aan het werk in het introductiefilmpje, maar ze zijn hier ook in levende lijve. U kan hen gemakkelijk herkennen aan hun FWO-button.

Sire, Mevrouw de Minister, Beste Onderzoekers, het FWO wil ook voor de volgende 80 jaar de onderzoeksvriendelijke instelling bij uitstek blijven, een instelling die zijn onderzoekers koestert, die zijn kennismakers optimaal ondersteunt opdat zij in alle vrijheid en onafhankelijkheid, gedreven door hun nieuwsgierigheid, hun ideeën kunnen exploreren en laten uitmonden in nieuwe uitvindingen, nieuwe ontdekkingen, nieuwe kennis. Ik hoop dat jullie, onze kennismakers, vandaag van de gelegenheid gebruik maken om met jullie collega’s uit alle disciplines kennis te maken. Ik wens jullie allen een boeiende, inspirerende, geweldige dag van de onderzoeker toe!